2817Dubieuze debiteuren
FRCréances douteuses
Algemene regel van rekening 281
Vorderingen op verbonden ondernemingen die bedoeld zijn om hun bedrijfsuitoefening duurzaam te ondersteunen, ongeacht hun looptijd, oorsprong of vorm. Voorbeeld: een langlopende lening van een holding aan haar dochter om een investering te financieren. Subrekeningen: vorderingen op rekening (2810), te innen wissels (2811), vastrentende effecten (2812), dubieuze debiteuren (2817), waardeverminderingen (2819, correctierekening).
Advies van de uitgever · overgenomen van rekening 281
In de jaarrekening
Post en code van het neerleggingsmodel van de Nationale Bank van België.
- Volledig schemaActiva › Vaste activa › Financiële vaste activa › Verbonden ondernemingenVorderingen281
- Verkort schema · MicroschemaActiva › Vaste activaFinanciële vaste activa28
Wat het koninklijk besluit zegt
Rubriek IV.A.2Vorderingen op verbonden ondernemingen
In die onderrubrieken worden geboekt de vorderingen op verbonden ondernemingen of op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, ongeacht de contractuele looptijd, de oorsprong of de vorm ervan, wanneer die vorderingen tot doel hebben de activiteit van deze ondernemingen duurzaam te steunen.
KB van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, art. 3:89Ruimere rubrieken die deze rekening ook omvatten
Rubriek IV.AVerbonden ondernemingen
§ 1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
Onderneming:
Verder lezen
1° de vennootschap en het Europees economisch samenwerkingsverband;
2° de openbare instelling die een statutaire opdracht van commerciële, financiële of industriële aard uitvoert;
3° de instelling die niet is bedoeld in de punten 1° en 2°, die al dan niet een eigen rechtspersoonlijkheid bezit en die met of zonder winstoogmerk een commerciële, financiële of industriële activiteit uitoefent;
Onderneming verbonden met een vennootschap: de onderneming die met de vennootschap banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Moederonderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Dochteronderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Gemeenschappelijke dochteronderneming: de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:18, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
§ 2. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van een consortium wanneer tussen vennootschappen of ondernemingen die niet de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, banden bestaan zoals bedoeld in artikel 1:19 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
§ 3. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van deelneming wanneer een vennootschap maatschappelijke rechten in een andere onderneming bezit in de zin van artikel 1:22 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.