25Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht
FRImmobilisations détenues en location-financement et droits similaires
Wanneer gebruiken
Groep voor goederen die worden gebruikt op grond van een leasingovereenkomst of een soortgelijk recht, wanneer de vergoedingen naast de interesten en kosten de volledige wedersamenstelling van het door de leasinggever geïnvesteerde kapitaal dekken. De leasingnemer activeert ze ten belope van het kapitaalgedeelte van de vergoedingen, met als tegenpost een schuld op 172: 250 gebouwen, 251 machines, 252 meubilair en voertuigen.
Advies van de uitgever · gesteund op KB WVV, art. 3:89, § 1, III.D; MAR, voetnoot (6); CBN 2015/4
Renting, operationele leasing of een contract zonder volledige wedersamenstelling van het kapitaal blijft bij de huurder buiten balans, en de huurprijzen zijn kosten. De kwalificatie gebeurt bij het sluiten van het contract.
Twijfelt u met een andere rekening?
In de jaarrekening
Post en code van het neerleggingsmodel van de Nationale Bank van België.
- Alle schema’sActiva › Vaste activa › Materiële vaste activaLeasing en soortgelijke rechten25
Wat het koninklijk besluit zegt
Rubriek III.DLeasing en soortgelijke rechten
Onder die post worden opgenomen:
1° de gebruiksrechten op lange termijn op bebouwde onroerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van erfpacht, opstal, leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, naast de rente en de kosten van de verrichting, ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het gebouw heeft geïnvesteerd;
Verder lezen
2° de gebruiksrechten op roerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, verhoogd met het bedrag dat moet worden betaald bij optielichting indien de nemer een koopoptie bezit, naast de rente en de kosten van de verrichting ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd. Het bedrag dat moet worden betaald om een koopoptie te lichten, komt evenwel enkel in aanmerking als het ten hoogste vijftien procent vertegenwoordigt van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd.
Met een prijs voor het lichten van de in het 2° bedoelde koopoptie, binnen de voormelde beperking van vijftien procent, wordt de kapitaalfractie gelijkgesteld van de contractueel bedongen vergoeding in geval van gebruik van een mogelijkheid om de verrichting te verlengen.
Met een in het 1° en 2° bedoelde termijn wordt het bedrag gelijkgesteld, voor zover bepaald:
a) dat de nemer verschuldigd is voor de verwerving van de zakelijke rechten die de gever bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer de nemer er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven;
b) dat de gever van een derde moet ontvangen voor de overdracht van de zakelijke rechten die hij bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer deze derde er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven.
Adviezen van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen
Officiële adviezen die deze rekening vermelden (volledige tekst op de website van de CBN).
Voetnoten van de wettekst
(6)Bij deze rekening of bij de onderverdelingen ervan in het rekeningenstelsel van de onderneming horen de volgende subrekeningen: 1° aanschaffingswaarde; 2° geboekte meerwaarden; 3° geboekte afschrijvingen of waardeverminderingen, met respectievelijk 0, 8 en 9 als laatste cijfer van het nummer van de subrekening. De ondernemingen mogen evenwel de geboekte meerwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen groeperen in rekeningen met respectievelijk als nummer 218 en 219, 228 en 229, 238 en 239, 248 en 249, 258 en 259, 268 en 269, 278 en 279. In dat geval moeten in die rekeningen de soorten van activa waarop de meerwaarden, afschrijvingen, waardeverminderingen betrekking hebben afzonderlijk worden vermeld volgens de onderscheidingen bepaald in het rekeningenstelsel van de onderneming. Wat betreft de immateriële vaste activa is het 2° hierboven slechts van toepassing voor de meerwaarden geboekt vóór het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983.