2915Niet-rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente
FRCréances non productives d'intérêts ou assorties d'un intérêt anormalement faible
Wanneer gebruiken
Vorderingen op meer dan een jaar, andere dan handelsvorderingen, zonder rente of met een abnormaal lage rente, bijvoorbeeld een renteloze lening die de VZW aan een partnervereniging toestaat en die over meerdere jaren wordt terugbetaald. Deze rekening houdt ze gescheiden van de rentedragende vorderingen (2910).
Advies van de uitgever · gesteund op KB WVV, art. 3:171, § 1, V
Ga na of deze vorderingen volgens de gehanteerde waarderingsregels moeten worden verdisconteerd. Het gedeelte dat binnen twaalf maanden vervalt, gaat op het einde van het boekjaar naar 415.
Twijfelt u met een andere rekening?
In de jaarrekening
Post en code van het neerleggingsmodel van de Nationale Bank van België.
- Alle schema’sActiva › Vlottende activa › Vorderingen op meer dan één jaarOverige vorderingen291
Wat het koninklijk besluit zegt
Rubriek VVorderingen op meer dan één jaar
Onder die post worden opgenomen de vorderingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar, die binnen twaalf maanden vervallen, worden uit die post gelicht en, al naar het geval, onder post VII. A. of VII. B. opgenomen.
Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.
Verder lezen
De pro rata van opbrengsten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III. D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V. B. opgenomen.
Worden ook onder subpost V.B. geboekt, de vorderingen van de VZW, IVZW of stichting die voortvloeien uit de uitoefening van de terugnemingsrechten, verbonden met de schenkingen gedaan door de VZW, IVZW of stichting.