281Vorderingen op verbonden entiteiten
FRCréances sur des entités liées
Algemene regel van rekening 28
Groep voor deelnemingen, aandelen en vorderingen die worden aangehouden om de bedrijfsuitoefening van andere ondernemingen duurzaam te ondersteunen of er een duurzame band mee te vestigen, en voor borgtochten die als doorlopende waarborg zijn betaald. De subrekening hangt af van de band: verbonden ondernemingen (280-281), deelnemingsverhouding (282-283), andere ondernemingen (284-285), borgtochten (288).
Advies van de uitgever · overgenomen van rekening 28
In de jaarrekening
Post en code van het neerleggingsmodel van de Nationale Bank van België.
- Volledig schemaActiva › Vaste activa › Financiële vaste activa › Verbonden entiteitenVorderingen281
- Verkort schema · MicroschemaActiva › Vaste activaFinanciële vaste activa28
Wat het koninklijk besluit zegt
Rubriek IV.A.2Vorderingen op verbonden entiteiten
In die onderrubrieken worden geboekt de vorderingen op verbonden entiteiten of op vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, ongeacht de contractuele looptijd, de oorsprong of de vorm ervan, wanneer die vorderingen tot doel hebben de activiteit van deze ondernemingen duurzaam te steunen.
KB van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, art. 3:171Ruimere rubrieken die deze rekening ook omvatten
Rubriek IV.AVerbonden entiteiten
§ 1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
Entiteit:
Verder lezen
1° de vennootschap en het Europees economisch samenwerkingsverband;
2° de openbare instelling die een statutaire opdracht van commerciële, financiële of industriële aard uitvoert;
3° de instelling die niet is bedoeld in de punten 1° en 2°, die al dan niet een eigen rechtspersoonlijkheid bezit en die met of zonder winstoogmerk een commerciële, financiële of industriële activiteit uitoefent;
4° elk ander organisme dat een eigen rechtspersoonlijkheid heeft.
Entiteit verbonden met een VZW, IVZW of stichting: de entiteit die verbonden is met een VZW, IVZW of stichting in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Worden daarenboven, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed verbonden entiteiten te zijn: de entiteiten waarvan het bestuursorgaan voor ten minste de meerderheid uit dezelfde personen zijn samengesteld, alsmede de entiteiten waarvan de zetel of de exploitatiezetel op hetzelfde adres gevestigd is, alsook de entiteiten waartussen duurzame en relevante, rechtstreekse of onrechtstreekse banden bestaan op het vlak van administratieve, financiële of logistieke bijstand, dan wel van bijstand inzake human resources of infrastructuur.
Moederonderneming: de vennootschap of entiteit die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of entiteit banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 1°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Dochteronderneming: de vennootschap of entiteit die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of entiteit banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:15, 2°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
Gemeenschappelijke dochteronderneming: de vennootschap of entiteit die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of entiteit banden heeft zoals bedoeld in artikel 1:18, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
§ 2. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van een consortium wanneer tussen vennootschappen of entiteiten die niet de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, banden bestaan zoals bedoeld in artikel 1:19 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
§ 3. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van deelneming wanneer een VZW, IVZW of stichting vennootschapsrechten in een vennootschap bezit in de zin van artikel 1:22 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.