173Kredietinstellingen
FRÉtablissements de crédit
Wanneer gebruiken
Kredieten op meer dan één jaar van een bank of een andere kredietinstelling, bijvoorbeeld een investeringskrediet voor de aankoop van een gebouw of een voertuig. Subrekeningen: 1730 schulden op rekening (klassiek krediet), 1731 promessen (orderbriefjes onderschreven ten gunste van de bank), 1732 acceptkredieten.
Advies van de uitgever · gesteund op KB WVV, art. 3:89, § 2, VIII
Een leasing of achtergestelde lening die een bank toestaat, hoort niet op 173 maar op de eigen rekening (172 of 170).
Twijfelt u met een andere rekening?
In de jaarrekening
Post en code van het neerleggingsmodel van de Nationale Bank van België.
- Volledig schemaPassiva › Schulden › Schulden op meer dan één jaar › Financiële schuldenKredietinstellingen173
- Verkort schema · MicroschemaPassiva › Schulden › Schulden op meer dan één jaar › Financiële schuldenKredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke schulden172/3
Wat het koninklijk besluit zegt
Rubriek VIIISchulden op meer dan één jaar
Onder die post worden de schulden opgenomen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar. De schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar die binnen de twaalf maanden vervallen worden uit deze rubriek gelicht en overgebracht naar rubriek IX. A.
Worden hier onder de overeenkomstige post geboekt de te betalen kosten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van kosten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.
Verder lezen
De verplichtingen die voortvloeien uit achtergestelde leningen, obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, worden vermeld onder de daarvoor bestemde posten, ook al zijn zij aangegaan jegens kredietinstellingen of leveranciers of worden zij door een handelseffect vertegenwoordigd.
Onder de schulden ten aanzien van kredietinstellingen worden onder meer opgenomen de orderbriefjes (promessen) die door de vennootschap werden onderschreven op naam of aan de order van een kredietinstelling, alsmede de schulden aan kredietinstellingen uit hoofde van bankaccepten die door de vennootschap in omloop werden gebracht, ook al vinden zij hun oorsprong in de aankoop van goederen en diensten.
De schulden vertegenwoordigd door een wissel of een orderbriefje worden slechts onder de post "B. 2. Te betalen wissels" opgenomen, wanneer zij hun oorsprong vinden in de aankoop van goederen of diensten.