664-667Andere niet-recurrente bedrijfskosten
FRAutres charges d'exploitation non récurrentes
Wanneer gebruiken
Bedrijfskosten buiten de normale bedrijfsuitoefening waarvoor groep 66 geen specifiekere rekening heeft: erelonen voor een herstructureringsstudie, de kost van een groot niet-verzekerd schadegeval, kosten van definitief afgesloten boekjaren die bij een overname van verbintenissen worden overgenomen, als ze niet tot de normale bedrijfsuitoefening behoren.
Advies van de uitgever · gesteund op KB WVV, art. 3:90, II.I; CBN 2011/24; CBN 2018/23; CBN 2016/24
Een hoog bedrag volstaat niet: enkel het feit dat de kost buiten de normale bedrijfsuitoefening valt, verantwoordt 664-667; anders gaat hij naar 643-648 of naar zijn rekening volgens aard. Het verband met een herstructurering volstaat evenmin: in het voorbeeld van advies 2011/24 blijven de ontslagvergoedingen en bijdragen op 6203 en 621, volgens hun aard.
Twijfelt u met een andere rekening?
In de jaarrekening
Post en code van het neerleggingsmodel van de Nationale Bank van België.
- Volledig schemaResultatenrekening › BedrijfskostenNiet-recurrente bedrijfskosten66A
- Verkort schema · MicroschemaResultatenrekeningNiet-recurrente bedrijfskosten66A
Wat het koninklijk besluit zegt
Rubriek II.INiet-recurrente bedrijfskosten
Onder die post worden de kosten opgenomen die een bedrijfskarakter hebben maar geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap:
1° de niet-recurrente afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa: de afschrijvingen en waardeverminderingen bedoeld in artikel 3:6, § 2, artikel 3:39, § 1, tweede lid, en § 2, en artikel 3:42, § 1, tweede lid en § 2;
Verder lezen
2° de voorzieningen voor niet-recurrente bedrijfsrisico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen). Onder deze post worden de voorzieningen opgenomen die werden gevormd voor risico's en kosten die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap;
3° de minderwaarden bij de realisatie van materiële en immateriële vaste activa. Onder die post worden de minderwaarden opgenomen die worden geboekt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om immateriële of materiële vaste activa dan moeten deze minderwaarden onder de post "II. G. Andere bedrijfskosten" worden opgenomen wanneer de realisatie kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan;
4° andere niet-recurrente bedrijfskosten;
5° de als herstructureringskosten geactiveerde niet-recurrente bedrijfskosten (-).